Fitnessen in de juiste volgorde

De juiste manier van fitnessen omvat een combinatie van cardio- en krachttraining. Waar de ene oefening ervoor zorgt dat je vet verbrandt, zal je door de andere vooral spieren ontwikkelen. Ook de volgorde waarin je de oefeningen uitvoert, is bepalend voor het bereikte resultaat. Vreemd genoeg blijven veel fitnesscentra starten met de foute oefening.

Cardio- en krachttraining zijn twee essentiële onderdelen van een fitnessprogramma. Cardiotraining zorgt er vooral voor dat je energie verbruikt. Je verbrandt veel calorieën op een korte tijd, waardoor je een energietekort creëert. Dat gaat je lichaam opvangen door de eigen vetreserves aan te spreken. Zo ga je dus daadwerkelijk vermageren.

Krachttraining zorgt er dan weer voor dat je spieren ontwikkelt, en ook dat is essentieel om gewicht te verliezen. Spieren verbruiken de hele dag door energie, ook in rust. Dus: hoe meer spieren je hebt, hoe meer vet je verbruikt of hoe meer calorieën je verbrandt.

Nu is het zo dat je bij veel diëten geen vet verliest, maar wel spieren - waardoor je op langere termijn dus ook de mogelijkheid om vet te verbranden verliest, en geen grammetje meer zal afvallen. Ook te veel cardiotraining zorgt voor het verlies van spiermassa - en dat vang je op met een gerichte krachttraining.

Eerst spierversterkende oefeningen of eerst cardiotraining?

Het is niet alleen belangrijk om beide oefeningen te doen, ook de volgorde waarin je ze uitvoert is bepalend voor het resultaat. In veel sportcentra wordt eerst aan cardio gedaan, gevolgd door enkele krachtoefeningen.

Nochtans is het veel beter om dat precies andersom te doen, en dus te beginnen met krachttraining. Daar zijn twee redenen voor.

Ten eerste: om spieren te ontwikkelen, moet je zware krachttrainingen doen die veel energie verbruiken. Cardiotraining - die je doorgaans op ongeveer 70% van je maximale hartslag doet - vraagt veel minder energie. Omdat je bij het begin van de training uiteraard nog meer energie hebt, kun je die dus beter besteden aan krachttraining.

De tweede reden is pas recent ontdekt. Het zit zo: krachttraining is een anaërobe bezigheid, met korte, intensieve krachtexplosies. Daarbij verbruik je vooral koolhydraten, die in de spieren en in de lever zitten in de vorm van glycogeen. Cardio is dan weer een aërobe bezigheid. Is er op het moment van die bezigheid glycogeen in je lichaam beschikbaar, dan zal je vooral die verbruiken. Pas na een kwartier ga je over op vetverbranding.

Samengevat: begin je met krachttraining, dan zal je meer kracht en uithouding hebben, en bovendien zal je tijdens deze training de glycogeen in je lichaam verbruiken.

Doe je nadien cardio, dan ga je meteen over op vetverbranding omdat de glycogeen is opgebruikt. Draai je de volgorde om, dan moet je eerst een kwartier cardio doen vooraleer de vetverbranding begint, en bovendien zal je minder energie hebben voor de krachttraining omdat al je glycogeen is opgebruikt.